donderdag 15 maart 2012

Opdracht 1 samenvatting H.6.5 en H.6.6


Verbindingen van niet-metalen bestaan uit moleculen.
Een molecuul kan beschouwd worden als een groep bij elkaar horende atomen.
De atomen in een molecuul zijn onderling met elkaar verbonden.
De structuurformule van een molecuul geeft aan welke atomen er met elkaar zijn verbonden.

In een molecuul is er geen ionbinding tussen de atomen, maar een atoombinding
Een atoombinding komt tot stand doordat elektronenwolken van 2 naburige atomen gedeeltelijk samengaan.
Elk atoom levert hierbij een elektron, hierdoor word een elektronenpaar gevormd.
Je kan dit zo aangeven:          H:H                  H:O:H
                                               Waterstof       water

Zo’n paar word een bindend of gemeenschappelijk elektronenpaar genoemd.
Hierin word een gemeenschappelijk elektronenpaar weergegeven als een streepje tussen de symbolen van de atomen.
Het aantal bindingsmogelijkheden van een atoom noemen we de covalentie van een atoomsoort.
De covalentie is bijvoorbeeld 1 bij een waterstofatoom en een fluoratoom  en 4 bij een koolstofatoom. Dit betekent dat een waterstof- en een fluoratoom maar 1 keer kunnen binden, en een koolstofatoom 4 keer.
Meestal worden deze bindingsmogelijkheden ook allemaal gebruikt, waardoor er dubbele of zelfs drievoudige bindingen kunnen ontstaan.
Atoombindingen zijn erg sterke bindingen. De moleculen kunnen intact blijven  tot een temperatuur van ongeveer  500 °C.
Boven deze temperatuur breken de meeste bindingen: de stoffen ontleden.

vraag 1: Waaruit bestaan verbindingen van niet-metalen?
vraag2:  Hoe komt een atoombinding tot stand?





6.6 elektronegativiteit                                 

-polaircovalent:  Men spreekt hier dan over dat een negatieve geladen atoom wordt aan getrokken door een posetieve geladen atoom.
-EN-waarden:  Aan de EN-waarden (elektronegativiteitswaarde) kan je zien hoe hard een atoom trekt aan een elektronenpaar. Dit staat meestal in een periodiek systeem.
-vuistregel:
Covalent = EN-waarden is max. 0,4
Polair(covalent) = EN-waarden is tussen de 0,4 en 1,7
Ionbinding  = EN-waarden hoger dan 1,7
Vragen:
1.       Geef een paar voorbeelden van een covalente atoombindingen.
2.       Wat zorgt voor een atoomverbinging?

1 opmerking:

  1. Hallo Kris en Niels,

    this is what i`m talking about. Nette samenvatting! Was dat nu zo moeilijk?

    Dank jullie wel voor de bijdrage

    Groeten Joost

    BeantwoordenVerwijderen